Gemeente Velsen

De gemeente Velsen telt 67.585 inwoners (april 2017) en is gelegen in de provincie Noord-Holland. Velsen telt 7 woonkernen; van noord naar zuid gezien zijn dat Velsen-Noord, IJmuiden, Velsen-Zuid, Driehuis, Santpoort-Noord, Velserbroek en Santpoort-Zuid. Wie de gemeente zo doorkruist, ziet gelijk het veelzijdige ervan: haven en industrie, historische pandjes, landgoederen en jaren ’30-woningen, bedrijvigheid, ruimte en groen en een moderne woonwijk. En dwars door dat alles heen: het drukbevaren Noordzeekanaal.

De naam Velsen

Velsen wordt rond het jaar 720 voor het eerst genoemd in een oorkonde. Daarin schenkt Karel Martel, de grootvader van Karel de Grote, “zeven boerderijen gelegen in het dorp Velison in de streek die Kinnehim” wordt genoemd aan Willibrordus. In 1112 duikt de huidige naam Velsen voor het eerst op.

Strandwal, Romeinen en monniken

De strandwal waarop Velsen ligt wordt al bewoond vanaf de Late Steentijd (+/- 2000 v. Chr.); dat blijkt uit diverse archeologische vondsten. Ook de Romeinen waren hier; Velsen was de uiterste noordelijke grens van hun rijk. Omstreeks het jaar 14 bouwden zij bij Velsen een versterkte haven. Velsen lag toen aan het Oer-IJ (een zijtak van de Rijn), die uitmondde in zee bij Castricum. In het jaar 28 werd het eerste fort, genaamd Flevum, door de Friezen verwoest. Kort daarna werd een tweede fort gebouwd. Dat werd rond het jaar 47 opgeheven na een veldslag met de Friezen, de toenmalige bewoners van Noord-Holland. Zij kwamen in opstand tegen de onredelijk hoge afdrachten die de Romeinen van hen eisten. In 690 zette de Engelse monnik Willibrordus met twaalf metgezellen voet op Nederlandse bodem om de Friezen te bekeren. Of ook Engelmundus bij hen hoorde, is niet zeker. Wel eren Velsenaren hem als de stichter van hun oudste kerkje in Velsen-Zuid.

Werken op de landgoederen

Begin 1800 woonden er +/- 1200 mensen in het gebied dat Velsen omvatte, het naburige Santpoort en de buurtschappen Driehuis, de Duinkant, de Jan Gijzenbuurt, de Hagelingerbuurt, de Hofgeesterbuurt en de Klaterbuurt. De meeste van hen verdienden een schamel inkomen; de belangrijkste bezigheden waren akkerbouw, koeien weiden en allerlei werkzaamheden op de buitenplaatsen, waaronder veel huishoudelijk werk. In 1807 werkten er maar liefst 233 vrouwen en meisjes als dienstbode op landgoederen als Beeckestijn, Velserbeek en Waterland. Deze buitens werden vooral in de 17e en 18e eeuw gebouwd door vermogende Amsterdamse regenten.

Velsen-Noord
Velsen-Noord is, evenals IJmuiden, met de aanleg van het Noordzeekanaal ontstaan. Engelse ingenieurs en arbeiders (duikers) werden hier gehuisvest. De woonkern is gegroeid door de vestiging van Van Gelder Papier en Hoogovens. Van Gelder bouwde er zelfs een eigen woonwijk voor haar medewerkers. Het grootste deel van de oorspronkelijk bij de papierfabriek behorende woningen is in en na W.O. II gesloopt. Ook Velsen-Noord maakte deel uit van de Duitse Festung IJmuiden, waardoor veel huizen gesloopt zijn t.b.v. schootsvelden. Na de oorlog vond er wederopbouw plaats, met architectuur naar stedenbouwkundig plan van Van Tijen en Maaskant.

Velsen-Zuid
Het oude dorp Velsen kent een lange geschiedenis, die tenminste teruggaat naar de stichting van de eerste kerk in de 8e eeuw. Het dorp is nu voornamelijk 18e eeuws in aanzicht, met als letterlijk hoogtepunt de Engelmunduskerk, zijnde een van de oudste kerken van Nederland, met 13e eeuwse elementen, waaronder de toren. Het dorp is een door het rijk beschermd dorpsgezicht. Het dorp is in deze eeuw gehalveerd a.g.v. verbredingen van het Noordzeekanaal. Ten oosten van het oude dorp een woonwijk uit de jaren zeventig. Aangrenzend aan het dorp een cluster van vijf historische buitenplaatsen, waarvan er tenminste vier op de rijksmonumentenlijst geplaatst zijn of zullen gaan worden. De villawijk Velserbeek is vlak voor W.O. 11 aangelegd maar grotendeels na de oorlog bebouwd. Langs de spoorlijn woningbouw uit de jaren tachtig.

Santpoort-Noord
De naam wordt doorgaans opgevat als een vervorming van Latijn 'sancta porta' = heilige poort of doorgang. Santpoort is tenminste in de 12e eeuw ontstaan als een gehucht aan de westzijde van de kruising tussen de eeuwenoude Heerenweg (nu Hoofdstraat) en Westlaan (Huis ten Bildtstraat). Het was bekend als pleisterplaats met verhoudingsgewijs veel herbergen. Vanaf de 2e helft van de 16e eeuw tot in de 19e eeuw waren er veel blekerijen in het in de Middeleeuwen ontgonnen veengebied. De blekerijen verdwenen in de 19e eeuw. Een deel van de gronden werd ingericht tot de buitenplaats Spaarnberg, maar blijft voornamelijk agrarisch. De 18e eeuwse korenmolen De Zandhaas heeft twee voorgangers gekend. Het molenrecht was aan de Heren van Brederode, die tevens ambachtsheren van het ambacht Velsen waren.

Santpoort-Zuid
Aan de zuid- en noordzijde van het middeleeuws moerasgebied De Schipbroeken lagen twee kastelen, die beiden een strategische ligging hadden. Kasteel Brederode is de bekendste van de twee; het Huis te Velsen is in de 15e eeuw verloren gegaan. Kasteel Brederode was al in de 16e eeuw tot ruïne vervallen, maar is aan het eind van de 19e eeuw als een van de eerste beschermde monumenten van Nederland "gerestaureerd". Santpoort-Zuid is in de 16e eeuw als buurtschap ontstaan als direct gevolg van het graven van de Jan Gijzenvaart in 1537. De vaart was bedoeld als zandvaart. Aan het eind van de vaart werden langs de belangrijke verbindingsweg de Bloemendaalsestraatweg uiteindelijk negen blekerijen gevestigd. Het ontstaan van Santpoort-Zuid in de huidige vorm is een direct gevolg van de aanleg van de spoorverbinding Haarlem-IJmuiden en de komst van het station.

Driehuis
Driehuis wordt in de 16e eeuw aangemerkt als een gehucht bestaande uit drie hofsteden en enkele kleine huisjes. In de 17e en 18e eeuw vinden we er enkele buitenplaatsen, waaronder Westerveld. Eind 19e eeuw wordt de huidige neo gotische kerk gebouwd. Deze is zo groot ten opzichte van het dorpje, omdat dit destijds de enige Rooms katholieke kerk in Velsen was. Alle katholieke Velsenaren gingen hierheen. Bij de kerk ontstond een Roomse enclave met een school, een internaat en het missiehuis. Buitenplaats Westerveld veranderde in 1888 in een begraafplaats, waarna in 1913 het eerste crematorium van Nederland op het terrein werd gevestigd.

Velserbroek
Velserbroek is een 13e eeuwse polder met een van oudsher uniek waterhuishoudkundig systeem. Rijk aan archeologische vondsten vanaf het laat-neolithicum tot de middeleeuwen. Bebouwing vond plaats aan de noord-west rand in de Hofgeest (= samen met de Biezen het agrarisch hart van historisch Velsen). De polder stond tot de aanleg van het Noordzeekanaal en de daarmee gepaard gaande drooglegging van het Wijkermeer per definitie in de wintermaanden onder water. De lage 13e eeuwse Velserdijk is nog wel aanwezig maar is op diverse plaatsen verstoord. Ook de Slaperdijk is er nog, samen met de Verdolven Landen, maar is aangetast. De polder is sinds 1985 bebouwd als nieuwe woonkern.

Aanleg Noordzeekanaal

De datum 8 maart 1865 was een historische. Met veel ceremonieel werd de eerste spade in de grond gestoken van de Breesaap, een duingebied van 835 ha. Het was het startsein voor het graven van een kanaal door Holland op zijn smalst, dwars door de duinen. Voor deze zware klus werden honderden polderwerkers van heinde en verre aangetrokken; anderen kwamen op het gigantische werk af, zelfs uit het buitenland. De werkers en hun gezinnen bivakkeerden daar onder zeer primitieve omstandigheden, in hutten van stro en leem (De Heide, nu: Velseroord).

Een uitstapje naar IJ-Muiden

Op 1 november 1876 werd, in aanwezigheid van koning Willem III, het Noordzeekanaal geopend. De vaarroute deelde het dorp Velsen letterlijk in tweeën; aan de zuidkant lag Velsen-Zuid en aan de noordkant Wijkeroog, dat later de naam Velsen-Noord kreeg. Grote afwezige bij de opening was journalist S. Vissering. Hij had in 1848 een fantasiestukje geschreven, getiteld "Een uitstapje naar IJ-Muiden", een naam die hij zelf had verzonnen. Hij schreef over een uitstapje naar de kust, op een warme dag, met een paar vrienden. Na een heerlijke boottocht over het kersverse kanaal bereikten ze IJ-Muiden. Daar genoten zij een maaltijd in een sfeervol badhotel, namen zij een verkwikkend zeebad en bewonderden daarna de havenstad met haar machtige havenwerken.

Geen hotels maar schepen

Visserings fantasie kwam gedeeltelijk uit. Het kanaal is er gekomen en de naam IJmuiden werd overgenomen. Alleen de badhotels zijn nooit gebouwd. Het waren vissers die beslag legden op de nieuwe havenmond, die hen een veilige ligplaats bood voor hun schepen. Er ontstond een levendige vishandel, die steeds meer schepen en handelaren trok. Om het groeiende scheepvaartverkeer de ruimte te geven, kreeg IJmuiden in 1896 een eigen vissershaven en twee jaar later werd de Rijksvisafslag geopend. Sindsdien is de vis niet meer weg te denken uit IJmuiden.

Twee wereldoorlogen eisen hun tol

In 1914 telde de IJmuider vissersvloot 155 trawlers, een derde van de totale Nederlandse vissersvloot. Een groot deel daarvan ging tijdens de Eerste Wereldoorlog verloren door de onbeperkte duikbotenoorlog. Ook de Tweede Wereldoorlog bracht enorme schade toe aan IJmuiden. Niet alleen werd het merendeel van de trawlers door de Duitsers gevorderd, maar ook grote delen van IJmuiden werden gesloopt. Ze moesten wijken voor de bunkers van de Atlantikwall, die werd aangelegd als verdediging tegen een invasie van de geallieerden, en voor de verkrijging van een ruim schootsveld voor de Duitse bezetter (Sperrgebiet). De bunkers liggen er nog tot op de dag van vandaag.

Staal aan het kanaal

Na de bevrijding in 1945 herstelde de visserij in IJmuiden zich niet volledig. Gelukkig waren er ondertussen ook andere vormen van werkgelegenheid ontstaan. In hetzelfde jaar dat het kanaal werd geopend, vestigde de Beverwijker J. Swart langs de oever een kunststeenfabriek. Twintig jaar later, in 1896, verplaatste Pieter Smidt van Gelder uit Wormerveer zijn papierfabriek naar het kanaal en op 22 januari 1924 ging het vuur aan in de eerste oven van de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens. In de jaren daarna groeide Hoogovens uit tot een wereldconcern dat aan tienduizenden arbeiders werk gaf. In 1999 fuseerde Hoogovens met het Britse staalbedrijf British Steel om als Corus verder door te gaan. In 2007 werd het bedrijf overgenomen door het Indiase Tata Steel. Kleiner dan vroeger, maar nog steeds een belangrijke werkgever in de regio en van veel Velsenaren.

<div class="alert alert-danger">extra_image_alt is not defined</div>